Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
15 juni 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor meermalen gepleegde bedreiging door met een auto bijna tegen de achterzijde van een dienstmotor van een agent aan te rijden, strafbaar gesteld onder art. 285 lid 1 Sr Pro.
De verdachte stelde cassatiemiddelen in, waaronder een klacht over het opleggen van vervangende hechtenis bij een schadevergoedingsmaatregel. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor zover de vervangende hechtenis werd toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het opzet niet tot vernietiging leiden en dat het cassatiemiddel over de vervangende hechtenis slaagt. De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast en bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 15 juni 2021.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast en gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.