ECLI:NL:HR:2021:831
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2011
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin het hoger beroep werd behandeld over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2011, inclusief de daarbij behorende beschikking inzake heffingsrente.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft ook geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het cassatieberoep ongegrond verklaard, waarmee het hofarrest definitief is bevestigd.
Deze uitspraak betreft een bestuursrechtelijke zaak met belastingrechtelijke aspecten, waarbij de Hoge Raad de toetsing beperkt heeft gehouden en het hofarrest in stand heeft gelaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof wordt bevestigd.