Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
- [betrokkene 1] bij rechterlijke uitspraken is veroordeeld voor drugsdelicten en uit het plegen van deze feiten grote geldbedragen aan inkomsten heeft gegenereerd,
- [betrokkene 1] (mede) met [betrokkene 2], die hij in detentie heeft ontmoet, vanaf 2009 alle aandelen van de klaagster in handen heeft en dat zij de enige bestuurders van de klaagster zijn,
- de klaagster een rechtspersoon naar Hongaars recht is,
- aannemelijk is dat de (deels contante) investeringen van [betrokkene 1] in de klaagster voor een bedrag van tenminste € 297.000 bestaan uit van misdrijf afkomstige inkomsten van [betrokkene 1],
- er in totaal ruim twee miljoen euro in de klaagster is geïnvesteerd, grotendeels gefinancierd met door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] als aandeelhouders verstrekte achtergestelde leningen aan de klaagster, waarvan een gedeelte door derden, met vaak een criminele achtergrond, is gestort en het merendeel contant werd voldaan,
- de contante betalingen ten goede kwamen aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2],
- [betrokkene 1] aan [betrokkene 3] de opdracht heeft gegeven een envelop met contant geld af te geven bij de klaagster,
- de contante betalingen in de administratie van de klaagster door middel van geldleen-overeenkomsten werden gerechtvaardigd, deels met ongebruikelijke voorwaarden zoals een onbepaalde looptijd en geen rentevergoeding,
- in de administratie van de klaagster ook valse stukken zijn aangetroffen, waaronder een verantwoording voor contante betalingen door een andere rechtspersoon van wie [betrokkene 1] aandeelhouder is als betalingen voor de levering van hout, terwijl onderzoek heeft uitgewezen dat door de klaagster geen hout is geleverd en dat deze contante betalingen zijn verrekend met de vordering die [betrokkene 1] op de klaagster had.
Het oordeel van de rechtbank dat deze omstandigheden in onderlinge samenhang voldoende aanwijzingen opleveren dat de inbeslaggenomen voorwerpen de klaagster zijn gaan toebehoren met het kennelijke doel de uitwinning van aan [betrokkene 1] toebehorende vermogensbestanddelen te bemoeilijken of te verhinderen, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, nu in dit oordeel besloten ligt dat [betrokkene 1] niet meer beschikt over de door hem aan de klaagster overgedragen vermogensbestanddelen, zodat de mogelijkheden verhaal te nemen op het vermogen van [betrokkene 1] - onder meer als gevolg van de achterstelling van vorderingen van [betrokkene 1] op de klaagster en de onduidelijke, ongebruikelijke en deels vervalste vastlegging van de financiële verhoudingen tussen [betrokkene 1] en de klaagster, zijnde een in het buitenland gevestigde rechtspersoon - zijn verminderd.
3.Beslissing
8 juni 2021.