Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
1 juni 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake poging tot diefstal met valse sleutels. De verdachte werd in hoger beroep niet correct geïnformeerd, omdat het voorschrift van artikel 48 Sv Pro niet werd nageleefd: er is geen bewijs dat de dagvaarding in hoger beroep aan haar raadsvrouw is gezonden.
Uit de processtukken blijkt dat de raadsvrouw wel was geregistreerd bij het hof, maar dat de dagvaarding niet aan haar is toegezonden. De verdachte noch haar raadsvrouw zijn op de terechtzitting in hoger beroep verschenen. Dit leidt tot een ernstig vermoeden van schending van het recht op een eerlijk proces.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatiemiddel gegrond is en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing, zodat de procedure correct kan worden voortgezet.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens niet-zenden van de dagvaarding aan de raadsvrouw.