Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
25 mei 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarin de verdachte werd veroordeeld voor meermalen gepleegde poging tot doodslag en overtreding van een vuurwapenverbod.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de strafoplegging wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten tegen het vonnis niet tot vernietiging konden leiden, maar stelde vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad uitsluitend het onderdeel van de strafoplegging en verminderde de gevangenisstraf van acht jaar naar zeven jaar en acht maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 25 mei 2021.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van acht jaar naar zeven jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.