Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
19 januari 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen de verdachte, die werd veroordeeld voor belaging op grond van artikel 285b Sr, stelde de advocaat van de verdachte cassatiemiddelen in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag. De advocaat-generaal concludeerde tot gedeeltelijke vernietiging van het arrest, specifiek met betrekking tot de toepassing van vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de strafzaak zelf niet tot vernietiging konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering daarvan te geven. Wel werd geoordeeld dat de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel niet correct was, in lijn met een eerdere uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:914).
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het vervangende hechtenis betrof en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast volgens artikel 6:4:20 Sv Pro. Voor het overige werd het beroep verworpen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 19 januari 2021.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel en gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.