Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
18 mei 2021.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een zaak betreffende ontucht met een minderjarige, vervaardiging en bezit van kinderporno, bedreiging, valse aangifte en lasterlijke aanklacht.
De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van onafhankelijk politieonderzoek en stelde een alternatief scenario voor. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en hoefde deze niet nader te motiveren.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden en de Hoge Raad zelf meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep uitspraak deed. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 31 maanden naar 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en verwierp het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, wegens overschrijding van de redelijke termijn.