ECLI:NL:HR:2021:598
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende, een B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake belasting van personenauto’s en motorrijwielen. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Ondanks ontvangst van deze brief werd het griffierecht niet betaald.
De Hoge Raad gaf belanghebbende vervolgens de gelegenheid om via een brief aan te tonen waarom het griffierecht niet was voldaan. De aangevoerde redenen werden echter niet als gegrond beoordeeld. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb werd het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 16 april 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.