Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:577

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2021
Publicatiedatum
15 april 2021
Zaaknummer
19/04830
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 40d Ow
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatieberoep inzake onteigeningsschadeloosstelling complexwaarde

Het geschil betreft een cassatieprocedure tussen het Waterschap Hollandse Delta en de Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard (GRNR) over de omvang van de schadeloosstelling bij onteigening van een complex grond. De rechtbank Rotterdam had eerder vonnissen gewezen in deze zaak, waarop het Waterschap cassatie instelde en GRNR incidenteel cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van beide partijen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank.

De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor het oordeel, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van beide beroepen, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd.

De Hoge Raad heeft het beroep van het Waterschap en het incidentele beroep van GRNR verworpen. Beide partijen zijn veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waarbij het Waterschap hogere kosten aan GRNR moet vergoeden dan andersom. Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 16 april 2021.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en het incidentele beroep en bevestigt het vonnis van de rechtbank.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/04830
Datum16 april 2021
ARREST
In de zaak van
De publiekrechtelijke rechtspersoon WATERSCHAP HOLLANDSE DELTA,
zetelende te Ridderkerk,
EISER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep,
hierna: het Waterschap,
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
De publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING NIEUW REIJERWAARD,
zetelende te Ridderkerk,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,
hierna: GRNR,
advocaat: M.W. Scheltema.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/10/546582 / HA ZA 18-273 van de rechtbank Rotterdam van 27 juni 2018 en 28 augustus 2019;
Het Waterschap heeft tegen het vonnis van de rechtbank van 28 augustus 2019 beroep in cassatie ingesteld.
GRNR heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor GRNR mede door S.J.M. Bouwman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt het Waterschap in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van GRNR begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien het Waterschap deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;

in het incidentele beroep:

  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt GRNR in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Waterschap begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
16 april 2021.