Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
6 april 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin het hof het verzoek tot aanhouding van de terechtzitting afwees. De verdachte had verzocht om de zitting aan te houden wegens griep, maar kon geen doktersverklaring overleggen vanwege het beleid van zijn huisarts. Het hof oordeelde dat de ziekte niet aannemelijk was geworden en wees het verzoek af.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met het feit dat de verdachte wel naar de huisarts is gegaan, maar geen verklaring kon krijgen vanwege het huisartsenbeleid. Hierdoor is het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling en beslissing.
De procedure toont het belang van een zorgvuldige belangenafweging tussen het recht van de verdachte op aanwezigheid en het belang van een redelijke termijn. De Hoge Raad benadrukt dat het hof de griep van de verdachte niet aannemelijk mocht achten zonder voldoende onderzoek naar de omstandigheden rond het ontbreken van een doktersverklaring.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.