ECLI:NL:HR:2021:457

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2021
Publicatiedatum
25 maart 2021
Zaaknummer
19/03718
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 6:4:20 SvArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bepaalt omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin vervangende hechtenis was opgelegd bij een schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij. Namens de verdachte werd een cassatiemiddel ingediend gericht tegen de duur en toepassing van de vervangende hechtenis.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte vervangende hechtenis had toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel en verwees naar een eerdere uitspraak (HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914) waarin is bepaald dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast in dergelijke gevallen. De uitspraak van het hof werd daarom vernietigd voor zover het de vervangende hechtenis betrof.

Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf met vijf jaren moest worden verminderd. De straf werd aangepast tot vier jaren en negen maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel, bepaalt dat gijzeling kan worden toegepast en vermindert de gevangenisstraf tot vier jaren en negen maanden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03718
Datum30 maart 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 juli 2019, nummer 21-003934-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te ’sGravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot:
- vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat (de duur van) de opgelegde gevangenisstraf betreft en voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij vervangende hechtenis is toegepast;
- tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf naar de gebruikelijke maatstaf;
- tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
2.2
Het hof heeft de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van het in het door het hof in zoverre bevestigde vonnis genoemde slachtoffer [benadeelde] het in het vonnis vermelde bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het vonnis genoemde aantal dagen hechtenis.
2.3
Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof vernietigen voor zover daarbij vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijf jaren.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het door het hof in zoverre bevestigde vonnis genoemde slachtoffer [benadeelde] vervangende hechtenis is toegepast;
- vermindert de duur van deze gevangenisstraf in die zin dat deze vier jaren en negen maanden beloopt;
- bepaalt dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het voornoemde slachtoffer met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 maart 2021.