Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:446

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 maart 2021
Publicatiedatum
25 maart 2021
Zaaknummer
20/01245
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep inzake totstandkoming huurovereenkomst winkelpand en bewijswaardering

In deze zaak staat het geschil centraal over de totstandkoming van een huurovereenkomst voor een winkelpand en de vraag of een waarborgsom verschuldigd is bij ontbinding en schadevergoeding. De eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 december 2019.

De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere vonnissen van de kantonrechter te Enschede en arresten van het hof. Na beoordeling van de klachten concludeert de Hoge Raad dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Kroeze en Lock en in het openbaar uitgesproken door Kroeze op 26 maart 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01245
Datum26 maart 2021
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaten: J.A.M.A. Sluysmans en N. van Triet.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak 5168812 CV EXPL 16-5157 van de kantonrechter te Enschede van 13 september 2016 en 20 december 2016;
de arresten in de zaak 200.208.419 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2018, 28 mei 2019 en 31 december 2019.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 31 december 2019 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
26 maart 2021.