Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:372

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 maart 2021
Publicatiedatum
11 maart 2021
Zaaknummer
19/05576
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:296 BWArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend persoonlijk gebruik en vaststelling ontruimingsdatum

In deze zaak stond de beëindiging van een huurovereenkomst van bedrijfsruimte centraal, waarbij de verhuurder dringend persoonlijk gebruik als grond voor beëindiging aanvoerde op grond van artikel 7:296 BW Pro. De procedure begon bij de kantonrechter te Rotterdam met vonnissen in juni en december 2017, waarna het gerechtshof Den Haag in december 2018 en september 2019 arresten wees.

De eisers stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof van 10 september 2019. De Hoge Raad heeft de klachten van de eisers beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van het oordeel van het hof te geven, omdat het niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Omdat de door het hof bepaalde datum voor het einde van de huurovereenkomst inmiddels was verstreken, heeft de Hoge Raad zelf een nieuwe datum vastgesteld. De Hoge Raad bepaalde dat de huurovereenkomst eindigt en de ontruiming van de bedrijfsruimte moet plaatsvinden op 1 september 2021.

Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de eisers in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van €3.082,34, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens (voorzitter), Snijders en Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Kroeze op 12 maart 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de huurovereenkomst eindigt op 1 september 2021 met ontruiming op die datum.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/05576
Datum12 maart 2021
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. MISTY B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
BRAM LADAGE EXPLOITATIE B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Ladage Exploitatie,
advocaat: R.T. Wiegerink.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak 5686469 CV EXPL 17-4008 van de kantonrechter te Rotterdam van 30 juni 2017 en 29 december 2017;
de arresten in de zaak 200.244.674/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 december 2018 en 10 september 2019.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 10 september 2019 beroep in cassatie ingesteld.
Ladage Exploitatie heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eisers] mede door J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald, is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • bepaalt de datum waarop de huurovereenkomst eindigt, alsmede de datum waarop Van den Bosch de bedrijfsruimte moet hebben ontruimd, op 1 september 2021;
  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ladage Exploitatie begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
12 maart 2021.