ECLI:NL:HR:2021:282
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag belasting personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen. Na een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd in hoger beroep door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch het oordeel bevestigd.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere middelen werden voorgesteld. De Staatssecretaris diende een verweerschrift in en belanghebbende een conclusie van repliek.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was een nadere motivering niet vereist.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de naheffingsaanslag en de uitspraak van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.