ECLI:NL:HR:2021:252
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende heeft in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag geprocedeerd tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een daarbij behorende boetebeschikking over de periode van 5 februari 2014 tot en met 14 mei 2018. Het hof heeft uitspraak gedaan, waarna belanghebbende beroep in cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en gelet op de inhoudelijke klachten geconcludeerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op advies van de procureur-generaal is daarom het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het arrest in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2021. Hiermee is het geschil definitief beslecht zonder inhoudelijke behandeling van de zaak in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan kans van slagen.