Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
16 februari 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennep(gruis) in strijd met de Opiumwet. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatie in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de strafduur, met vermindering naar de gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad beoordeelde het eerste cassatiemiddel en oordeelde dat dit niet tot vernietiging kon leiden, zonder nadere motivering. Het tweede cassatiemiddel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden. Dit middel werd gegrond verklaard.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend voor het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis. De straf werd verminderd tot 95 uur taakstraf, subsidiair 47 dagen hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen. Het arrest werd uitgesproken op 16 februari 2021 door de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president Van den Brink.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd tot 95 uur, subsidiair 47 dagen hechtenis wegens overschrijding van de redelijke termijn.