ECLI:NL:HR:2021:24
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk in belastingzaak
In deze zaak heeft belanghebbende een verzoek tot herziening ingediend tegen het arrest van de Hoge Raad van 15 mei 2020 betreffende een belastingaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2011.
De Hoge Raad heeft het verzoek beoordeeld en gelet op het advies van de procureur-generaal geconcludeerd dat het verzoek tot herziening duidelijk niet kan slagen. Daarom is op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie besloten het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het arrest in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2021, waarbij de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en de raadsheren P.M.F. van Loon en J.A.R. van Eijsden het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.