Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
9 februari 2021.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 31 januari 2020, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen wegens meermalen gepleegde valsheid in geschrift.
De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld maar oordeelde dat deze niet konden leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk te motiveren, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is op 9 februari 2021 uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam blijft in stand.