Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
9 februari 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen, waarbij het hof oordeelde dat verdachte wist dat de geldbedragen afkomstig waren uit enig misdrijf.
Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad, met ondersteuning van zijn advocaat. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen, waarop de raadsvrouw van de verdachte schriftelijk reageerde.
De Hoge Raad heeft de klachten van het cassatiemiddel beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. Gezien de aard van de klachten was een nadere motivering niet vereist, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd, waarmee de veroordeling voor medeplegen van gewoontewitwassen ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.