Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:1916

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 2021
Publicatiedatum
16 december 2021
Zaaknummer
20/02485
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt arrest hof over bestuurdersaansprakelijkheid bij selectieve betaling

In deze zaak hebben eisers cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 mei 2020, waarin het hof een geschil over bestuurdersaansprakelijkheid bij selectieve betaling behandelde. De kernvraag was of bestuurders rekening moesten houden met de mogelijkheid dat een vonnis op grond waarvan de vennootschap betaling had ontvangen, in hoger beroep zou worden vernietigd, waardoor een verplichting tot terugbetaling zou ontstaan.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland en arresten van het hof Arnhem-Leeuwarden. Na beoordeling van de klachten over het arrest van het hof concludeert de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de eisers in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 17 december 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/02485
Datum17 december 2021
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats], Frankrijk,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats], Frankrijk,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
SANITECH HOLDING B.V.,
gevestigd te Veenendaal,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Sanitech,
advocaat: B.I. Kraaipoel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/16/414869 / HA ZA 16-332 van de rechtbank Midden-Nederland van 26 april 2017, 5 juli 2017, 14 februari 2018 en 18 juli 2018;
de arresten in de zaak 200.245.880 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 november 2019 en 12 mei 2020.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 12 mei 2020 beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Sanitech heeft verzocht het beroep in cassatie te verwerpen.
De zaak is voor Sanitech toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Sanitech begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
17 december 2021.