Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 februari 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de verdachte behandeld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De zaak betreft valsheid in geschrift en medeplegen van oplichting. De verdachte was door het hof veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan het slachtoffer, met de mogelijkheid van vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten over de strafoplegging en de redelijke termijn niet leiden tot vernietiging van het arrest. Wel vernietigt de Hoge Raad ambtshalve het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel, conform een eerdere uitspraak (HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914).
De Hoge Raad bepaalt dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast op grond van artikel 6:4:20 Sv Pro. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Hiermee wordt de rechtspraak verduidelijkt omtrent de wijze van tenuitvoerlegging van schadevergoedingsmaatregelen.
Uitkomst: Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel vernietigd; gijzeling van gelijke duur toegestaan.