ECLI:NL:HR:2021:1908

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 2021
Publicatiedatum
16 december 2021
Zaaknummer
20/02243
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1019h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over domeinnaam in strijd met merkrecht en proceskostenveroordeling

In deze zaak stond centraal of een domeinnaam in strijd was met het merkrecht en de vraag of deze domeinnaam moest worden overgedragen. Het geschil is een vervolg op een eerdere uitspraak van de Hoge Raad uit 2018. Het hof Den Haag had eerder een arrest gewezen, waartegen eisers cassatieberoep instelden.

De Hoge Raad heeft de klachten van eisers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

Verder heeft de Hoge Raad geoordeeld dat eisers als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld moeten worden in de proceskosten. Karl Dungs had gesteld dat het cassatieberoep misbruik van procesrecht was, maar dit is niet bewezen. Wel is een deel van de proceskosten, gerelateerd aan de merkenrechtelijke beoordeling, begroot volgens art. 1019h Rv. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de proceskosten vastgesteld op € 902,34 aan verschotten en € 7.600,-- aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/02243
Datum17 december 2021
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. ITT HOLDING B.V.,
gevestigd te Barneveld,
3. ITT CONTROL B.V.,
gevestigd te Barneveld,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: A.M. van Aerde,
tegen
KARL DUNGS GMBH & CO. KG,
gevestigd te Urbach, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Karl Dungs,
advocaat: V. Rörsch.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:
zijn arrest tussen partijen in de zaak 17/04822 van 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2221;
het arrest in de zaak 200.258.815/01 van gerechtshof Den Haag van 21 april 2020.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Karl Dungs heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eisers] mede door N.M. Bilderbeek.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

2.1
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
2.2
[eisers] dienen als in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten.
Karl Dungs vordert primair vergoeding van de werkelijk door haar gemaakte proceskosten, op de grond dat het instellen van dit cassatieberoep moet worden aangemerkt als misbruik van procesrecht, althans onrechtmatig is, omdat daarbij geen ander doel wordt nagestreefd dan de vertraging van de uitvoering van de beslissing van de WIPO-geschillenbeslechter. Nu van genoemd motief niet is gebleken, kan het gestelde misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen niet worden aangenomen.
Subsidiair vordert Karl Dungs dat haar proceskosten, voor zover deze betrekking hebben op de merkenrechtelijke beoordeling, worden begroot op de voet van art. 1019h Rv. In zoverre is haar vordering wel toewijsbaar. Onderdeel 1 van het middel ziet op de merkenrechtelijke beoordeling van de zaak. Daaraan worden de kosten voor 50% toegerekend. Van toepassing zijn de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad 2017. De zaak dient in de zin van die regeling te worden aangemerkt als een eenvoudige zaak. Dat betekent dat wat betreft het honorarium voor vergoeding in aanmerking komt 50% x (€ 10.000,-- + € 3.000,--) = € 6.500,--. Voor de andere helft van de zaak wordt 50% van het liquidatietarief toegepast, te weten € 1.100,--.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Karl Dungs begroot op € 902,34 aan verschotten en € 7.600,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
17 december 2021.