Radboudumc stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een medisch specialist bevestigde. De ontbinding was gebaseerd op disfunctioneren (de zogenoemde d-grond) en verwijtbaar handelen (e-grond), waarbij het nalaten van een serieus verbetertraject een belangrijke rol speelde.
De Hoge Raad heeft de klachten van Radboudumc beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering nader toe te lichten, omdat het oordeel geen vragen oproept die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en Radboudumc veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de medisch specialist in stand, waarbij het hof het oordeel van de kantonrechter bevestigde.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Radboudumc wordt verworpen en de ontbinding van de arbeidsovereenkomst blijft in stand.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/03304
Datum17 december 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
STICHTING KATHOLIEKE UNIVERSITEIT (RADBOUD UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM), gevestigd te Nijmegen,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: Radboudumc,
advocaat: T. van Malssen,
tegen
[verweerster], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaten: S.F. Sagel en I.L.N. Timp.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak 8142008 \ HA VERZ 19-77 \ 548 van de kantonrechter te Nijmegen van 20 december 2019;
de beschikking in de zaak 200.276.060 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 september 2020.
Radboudumc heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Radboudumc heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Radboudumc in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 412,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 17 december 2021.