ECLI:NL:HR:2021:1869
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende, een B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in een belastingzaak. Het beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 21 april 2021 via het digitale dossier en per e-mail in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn eindigde op 2 juni 2021, maar belanghebbende heeft geen herstel verricht.
Op grond hiervan heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard overeenkomstig artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is op 10 december 2021 gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.