Uitspraak
wonende te [woonplaats], thans verblijvende te [plaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
5 februari 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland inzake een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De procedure betreft de vraag of een medische verklaring, verkregen via telefonisch onderzoek door een psychiater in verband met corona, voldoet.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, terwijl de advocaat van betrokkene schriftelijk heeft gereageerd op de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal, die tot verwerping van het beroep strekte.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. Omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevat, is geen nadere motivering vereist.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en de beschikking van 22 april 2020 van de rechtbank bevestigd. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en raadsheren, in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.