ECLI:NL:HR:2021:1855
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag omzetbelasting en boete
Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting, een boetebeschikking en een beschikking inzake heffingsrente over de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2011. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof heeft op 28 januari 2020 uitspraak gedaan, waarbij de aanslag en de boete werden bevestigd.
Belanghebbende heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld, maar geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om het middel inhoudelijk te motiveren, omdat het niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het cassatieberoep ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand, waarmee de naheffingsaanslag, boete en heffingsrente definitief zijn bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.