ECLI:NL:HR:2021:1854

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2021
Publicatiedatum
9 december 2021
Zaaknummer
20/01947
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep inzake gezamenlijke ontwikkeling robotarm en exoneratiebeding

Exact Dynamics B.V. heeft cassatieberoep ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende overeenkomsten over de gezamenlijke ontwikkeling van een robotarm met TNO. De zaak betreft de samenhang tussen verschillende overeenkomsten waarop diverse algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard, met een centraal geschilpunt over de uitleg en toepassing van een exoneratiebeding en de stelplicht van partijen.

De Hoge Raad verwijst naar het geding in de feitelijke instanties, waaronder meerdere vonnissen van rechtbanken en arresten van het hof, die de onderliggende feiten en juridische beoordeling bevatten. De klachten van Exact tegen het hof zijn door de Hoge Raad beoordeeld en leiden niet tot vernietiging van de arresten.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig omdat de beoordeling geen vragen oproept die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep wordt verworpen en Exact wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, inclusief verschotten en salaris advocaat, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Exact Dynamics wordt verworpen en de eerdere arresten worden bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01947
Datum10 december 2021
ARREST
In de zaak van
EXACT DYNAMICS B.V.,
gevestigd te Didam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Exact,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
NEDERLANDSE ORGANISATIE VOOR TOEGEPAST-NATUURWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK TNO,
gevestigd te Delft,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: TNO,
advocaat: S.M. Kingma.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak 153753 / HA ZA 07-518 van achtereenvolgens de rechtbank Arnhem, de rechtbank Oost-Nederland en de rechtbank Gelderland van 18 juli 2007, 21 november 2007, 16 juli 2008, 28 maart 2012, 20 maart 2013, 15 mei 2013 en 16 oktober 2013 en de vonnissen van de rechtbank Gelderland in de zaak C/05/259388 / HA ZA 14-97 van 30 juli 2014 en 5 november 2014;
de arresten in de zaak 200.163.739 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 februari 2018 en 31 maart 2020.
Exact heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
TNO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Exact mede door F.I.S.A.L. van Velsen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Exact heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Exact in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van TNO begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Exact deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
10 december 2021.