Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
7 december 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft het bezit van een omgebouwd gas-alarmpistool en munitie door verdachte op 8 maart 2019 te ’s-Gravenhage. Het hof had bewezenverklaard dat verdachte deze vuurwapens en munitie in bezit had, mede gebaseerd op verklaringen van opsporingsambtenaren (verbalisanten) en het verhoor van verdachte.
De verdediging verzocht bij het hof om het horen van twee verbalisanten als getuigen, omdat volgens hen het verhoor onrechtmatig was verlopen: er was geen vordering tot uitlevering van vuurwapens gedaan, maar feitelijk een verhoor zonder cautie en zonder consultatiebijstand. Dit zou onherstelbare vormverzuimen opleveren die tot bewijsuitsluiting of strafvermindering moeten leiden.
Het hof wees dit verzoek af met het oordeel dat het verdedigingsbelang onvoldoende was onderbouwd. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk is, gelet op de door de raadsman aangevoerde gronden omtrent het ontbreken van cautie, consultatie en het karakter van het verhoor.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting en beslissing, waarbij de vormverzuimen en het bewijs opnieuw moeten worden beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor nieuwe berechting wegens onherstelbare vormverzuimen bij het verhoor.