Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
7 december 2021.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit deelname aan een criminele organisatie die zich bezighoudt met hennephandel.
De betrokkene stelde onder meer dat het hof bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel rekening had moeten houden met legale werkzaamheden en dat het hof een berekeningswijze hanteerde die niet in de procedure was besproken, wat zou leiden tot schending van de beginselen van goede procesorde. De Hoge Raad verwierp deze klachten zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep volgde. Dit leidde tot vermindering van de betalingsverplichting van €119.475 naar €114.475.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting en wees het beroep voor het overige af.
Uitkomst: Betalingsverplichting ontneming verminderd van €119.475 naar €114.475 wegens overschrijding redelijke termijn.