AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen aansprakelijkheid bank voor liquidatie optieposities
In deze zaak heeft BinckBank cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 mei 2020, waarin de aansprakelijkheid van de bank voor de wijze waarop zij de optieposities van haar cliënt, Beleggingsvereniging Fibonacci, heeft geliquideerd, centraal stond.
De Hoge Raad heeft de klachten van BinckBank beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het voorwaardelijk ingestelde incidentele cassatieberoep van Fibonacci behoeft geen behandeling, aangezien het principale beroep niet tot vernietiging van het arrest leidt.
De Hoge Raad heeft het principale cassatieberoep verworpen en BinckBank veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2021.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt het arrest van het hof Amsterdam.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/02468
Datum3 december 2021
ARREST
In de zaak van
BINCKBANK N.V., gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: BinckBank,
advocaten: F.E. Vermeulen en B.F.L.M. Schim,
tegen
BELEGGINGSVERENIGING FIBONACCI, gevestigd te Leiden,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Fibonacci,
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/13/607280 / HA ZA 16-455 van de rechtbank Amsterdam van 7 september 2016 en 17 mei 2017;
het arrest in de zaak 200.222.013/01 van het gerechtshof Amsterdam van 12 mei 2020.
BinckBank heeft tegen het arrest van het hof van 12 mei 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Fibonacci heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor BinckBank mede door N. Minkjan en voor Fibonacci mede door J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaten van BinckBank hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt BinckBank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Fibonacci begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 3 december 2021.