Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
4.Beslissing
14 december 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag over ontucht gepleegd met drie meisjes onder de zestien jaar. De verdachte werd veroordeeld en het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank. De Hoge Raad beoordeelde meerdere cassatiemiddelen, waaronder klachten over het bewijs en het ontbreken van een pleitnota, maar vond deze niet ontvankelijk voor vernietiging.
Een belangrijk punt betrof de toepassing van vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer. De Hoge Raad oordeelde dat deze toepassing niet rechtmatig was en vernietigde het hofarrest voor zover deze maatregel werd toegepast. In plaats daarvan bepaalde de Hoge Raad dat gijzeling van gelijke duur op grond van artikel 6:4:20 Sv Pro kan worden toegepast.
De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige en bevestigde daarmee het hofarrest in alle andere opzichten. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 14 december 2021.
Uitkomst: Het hofarrest wordt bevestigd behalve de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel, die wordt vernietigd en vervangen door gijzeling van gelijke duur.