ECLI:NL:HR:2021:1632
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag die het verzet tegen belastingaanslagen op personenauto’s en motorrijwielen had afgewezen. De zaak betrof meerdere nummers van verzet en aangiften.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank kunnen leiden. Omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte, was een nadere motivering niet vereist op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank blijft in stand.