Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
2 februari 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een moord gepleegd in Molenschot in 2015 waarbij de verdachte de ander meermalen door het hoofd schoot. In hoger beroep werd de redelijke termijn van berechting overschreden, wat aanleiding gaf tot cassatie door de verdachte. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onterecht geen strafvermindering toepaste vanwege deze termijnoverschrijding.
Daarnaast legde het hof een schadevergoedingsmaatregel op met gijzeling als dwangmiddel bij niet-betaling, waarbij de duur van de gijzeling werd vastgesteld op 763 dagen. De Hoge Raad stelde ambtshalve vast dat dit de wettelijke maximumduur van één jaar overschrijdt en corrigeerde dit.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor de strafduur en de gijzelingstermijn, verminderde de gevangenisstraf van 22 naar 21,5 jaar en stelde de gijzelingstermijn vast op maximaal één jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd recht gedaan aan de waarborg van een redelijke termijn en de wettelijke grenzen van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot 21 jaar en 6 maanden en de duur van gijzeling bij de schadevergoedingsmaatregel is beperkt tot één jaar.