Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch beroep in cassatie ingesteld inzake een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. De zaak betreft een geschil over een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting en een opgelegde naheffingsaanslag.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van het Hof kunnen leiden. Daarbij is geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.