Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
2 november 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van poging tot afpersing gedurende de voor nachtrust bestemde tijd op de openbare weg. De Hoge Raad beoordeelt onder meer of het hof ten onrechte een strafverzwarende omstandigheid heeft toegevoegd die niet in het ten laste gelegde feit was opgenomen.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten over de kwalificatie en strafmotivering niet leiden tot vernietiging van het arrest. Wel wordt het arrest vernietigd voor zover het hof vervangende hechtenis toepaste bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. De Hoge Raad bepaalt dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden vanwege late aanlevering van stukken en de lange duur van de procedure. Dit leidt tot vermindering van de gevangenisstraf van achttien maanden naar zeventien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd naar zeventien maanden met zes maanden voorwaardelijk en gijzeling kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis.