Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:1474

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2021
Publicatiedatum
7 oktober 2021
Zaaknummer
20/01478
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 10 lid 2 onder b en c Richtlijn 2015/2436Art. 2.20 lid 2 onder b en c BVIEArt. 1019h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geen inbreuk op Adidas driestrepenmerk door H&M

Adidas stelde in cassatie beroep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag waarin werd geoordeeld dat H&M geen inbreuk maakte op het driestrepenmerk van Adidas door het gebruik van een teken met twee strepen op fitnesskleding.

De Hoge Raad heeft de klachten van Adidas beoordeeld maar deze niet ontvankelijk verklaard om het arrest te vernietigen. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de vragen te beantwoorden die relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Adidas werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding, waarbij H&M een vergoeding van €23.000,- werd toegekend. De Hoge Raad bevestigde hiermee het eerdere oordeel van het gerechtshof en wees het beroep van Adidas af.

De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren van de Hoge Raad en is van belang voor het merkenrecht, specifiek de bescherming van het driestrepenmerk onder de Richtlijn 2015/2436 en het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Adidas en bevestigt het arrest van het hof dat geen inbreuk is gemaakt op het driestrepenmerk.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01478
Datum8 oktober 2021
ARREST
In de zaak van
ADIDAS AG,
gevestigd te Herzogenrauch, Duitsland,
EISERES tot cassatie,
hierna: Adidas,
advocaat: H.J. Pot,
tegen
H&M HENNIS & MAURITZ NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: H&M,
advocaten: W.A. Hoyng en F.W.E. Eijsvogels.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/09/512851/HA ZA 16-714 van de rechtbank Den Haag van 8 november 2017;
het arrest in de zaak 200.235.724/01 van het gerechtshof Den Haag van 28 januari 2020.
Adidas heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
H&M heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor H&M mede door G.S.C.M. van Roeyen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Adidas heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

Adidas dient in de proceskosten in cassatie te worden veroordeeld. H&M vordert vergoeding van haar kosten op de voet van art. 1019h Rv.
Partijen hebben over de hoogte van de toe te wijzen proceskosten overeenstemming bereikt. H&M heeft uit dien hoofde aanspraak op een bedrag van € 23.000,--. Dit bedrag, dat niet onredelijk of onevenredig voorkomt, zal dan ook worden toegewezen.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Adidas in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van H&M begroot op € 23.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Adidas deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
8 oktober 2021.