ECLI:NL:HR:2021:1465
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had verzet aangetekend tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een door haar op aangifte voldaan bedrag aan belasting over personenauto's en motorrijwielen. Na afwijzing van het verzet stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de door belanghebbende aangevoerde middelen beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank kunnen leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de zaak niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ook heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 8 oktober 2021 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, waarmee het beroep in cassatie ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank blijft in stand.