ECLI:NL:HR:2021:1461
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting van personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, waarin een geschil speelde over een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen en een naheffingsaanslag die aan belanghebbende was opgelegd. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat het niet nodig was om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren, en het beroep in cassatie is daarmee ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.