ECLI:NL:HR:2021:1409

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2021
Publicatiedatum
30 september 2021
Zaaknummer
20/02723
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138 SrArt. 13b WoningwetArt. 5:1 BWArt. 81.1 RO
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens erfvredebreuk en toegangsverbod overtreding

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor erfvredebreuk door als gemachtigde van een hypotheekhouder van een camping in Rijsbergen een door de gemeente opgelegd toegangsverbod te overtreden. De kern van het geschil was of sprake was van wederrechtelijk vertoeven in de zin van artikel 138 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verdachte beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, mede omdat een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2021:1408) dezelfde rechtsvragen behandelt en het niet nodig was om de vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd. De uitspraak bevestigt dat het overtreden van een door een gemeente opgelegd toegangsverbod op een camping kan worden aangemerkt als wederrechtelijk vertoeven in de zin van artikel 138 lid 1 Sr Pro, mede in samenhang met bepalingen uit de Woningwet en het Burgerlijk Wetboek.

De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 12 oktober 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02723
Datum12 oktober 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 augustus 2020, nummer 20-003723-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.C.L. van de Corput, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het - mede gelet op het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 20/02693, ECLI:NL:HR:2021:1408 - namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 oktober 2021.