Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 oktober 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor erfvredebreuk door als gemachtigde van een hypotheekhouder van een camping in Rijsbergen een door de gemeente opgelegd toegangsverbod te overtreden. De kern van het geschil was of sprake was van wederrechtelijk vertoeven in de zin van artikel 138 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verdachte beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, mede omdat een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2021:1408) dezelfde rechtsvragen behandelt en het niet nodig was om de vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd. De uitspraak bevestigt dat het overtreden van een door een gemeente opgelegd toegangsverbod op een camping kan worden aangemerkt als wederrechtelijk vertoeven in de zin van artikel 138 lid 1 Sr Pro, mede in samenhang met bepalingen uit de Woningwet en het Burgerlijk Wetboek.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 12 oktober 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd.