ECLI:NL:HR:2021:14
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 november 2019. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over door belanghebbende op aangifte betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de gronden van dit oordeel te motiveren, omdat de zaak geen vragen bevat die relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 8 januari 2021 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.