ECLI:NL:HR:2021:1387

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 september 2021
Publicatiedatum
27 september 2021
Zaaknummer
19/05436
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 420bis.1.a SrArt. 225.2 SrArt. 13.1 WWM
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen witwassen en valsheid in geschrift

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2019, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van witwassen van een boot en caravan, valsheid in geschrift met betrekking tot de koopovereenkomst van een gebruikt pleziervaartuig, en het voorhanden hebben van een nagebootst vuurwapen.

De verdediging richtte zich in cassatie op bewijsklachten over het witwassen en de valsheid in geschrift, met name of verdachte opzet had op het gebruik van een vals of vervalst document. Tevens werd de strafmotivering aangevochten, waarbij werd betwist of een eerdere onherroepelijke veroordeling wegens schending van het ambtsgeheim, waar het hof bij de strafoplegging naar had verwezen, relevant en vergelijkbaar was.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en zag geen noodzaak tot nadere motivering, mede vanwege het belang van de eenheid en ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen witwassen, valsheid in geschrift en bezit van nagebootst vuurwapen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05436
Datum28 september 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2019, nummer 21-001813-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.A.A. Postma, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 september 2021.