ECLI:NL:HR:2021:134
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-digitale indiening
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet voor het jaar 2013. Het beroepschrift werd door een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener namens belanghebbende ingediend, maar niet digitaal via het webportaal van de Hoge Raad, terwijl dat sinds 15 april 2020 verplicht is.
De Hoge Raad ontving het beroepschrift op 29 oktober 2020 en stuurde op 20 november 2020 een aangetekende brief aan de indiener met het verzoek het beroepschrift alsnog digitaal in te dienen. Dit verzoek bleef onbeantwoord. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd op 29 januari 2021 gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad in het openbaar. Deze uitspraak benadrukt het belang van digitale indiening van cassatieberoepen in bestuursrechtelijke procedures na de invoering van het digitaliseringsbesluit.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-digitale indiening.