ECLI:NL:HR:2021:133
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland werd behandeld. De zaak betrof een belastingaanslag op een bedrag dat belanghebbende had voldaan op aangifte van personenauto's en motorrijwielen.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet noodzakelijk om het middel inhoudelijk te motiveren, omdat het geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.