Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Cliënt heeft in het PBC aangegeven moeite te hebben met het onderzoek door met name de psychiater, en wantrouwend te staan tegenover dit onderzoek. Desalniettemin heeft cliënt gedurende 4 uren met de psycholoog (pag. 12-21 PBC-rapport) en 75 minuten met de psychiater (pag. 25-29 PBC-rapport) gesproken. Voorts is cliënt in het PBC uitgebreid geobserveerd.
Hoewel er op basis van onderhavig onderzoek aanwijzingen naar voren komen voor persoonlijkheidsproblematiek, is er te weinig informatie beschikbaar gekomen over betrokkenes algehele functioneren om te kunnen vaststellen of uitsluiten dat er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis.
Gelet daarop, en in aanmerking genomen wat het hof op grond van de reeds voorhanden zijnde rapportages kon vaststellen over de verdachte, geeft het in de overwegingen van het hof besloten liggende oordeel dat de noodzaak tot het laten plaatsvinden van dat onderzoek niet is gebleken, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Dat wordt niet anders door de omstandigheid dat de raadsvrouw heeft aangevoerd dat het NIFP en de penitentiaire inrichting waar de verdachte verbleef zich niet verzetten tegen het opnemen van de gesprekken.
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
28 september 2021.