ECLI:NL:HR:2021:1265

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2021
Publicatiedatum
15 september 2021
Zaaknummer
20/03071
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wet voorkoming misbruik chemicaliënArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak medeplegen zonder vergunning van ergotamine tartrate

De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens medeplegen van het uit de Gemeenschap uitvoeren en in de handel brengen van 1,5 kilogram van een materiaal bevattende ergotamine tartrate zonder de vereiste vergunning, in strijd met artikel 2 van Pro de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.

Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatie in. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman van de verdachte schriftelijk reageerde. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld, maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden.

De Hoge Raad motiveerde zijn beslissing niet inhoudelijk, omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president van den Brink als voorzitter, en raadsheren Buruma en Kooijmans, op 5 oktober 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens medeplegen zonder vergunning van ergotamine tartrate wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03071 E
Datum5 oktober 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 16 september 2020, nummer 20-002567-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te ’sGravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 oktober 2021.