Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
5 oktober 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens medeplegen van het uit de Gemeenschap uitvoeren en in de handel brengen van 1,5 kilogram van een materiaal bevattende ergotamine tartrate zonder de vereiste vergunning, in strijd met artikel 2 van Pro de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.
Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatie in. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman van de verdachte schriftelijk reageerde. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld, maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden.
De Hoge Raad motiveerde zijn beslissing niet inhoudelijk, omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president van den Brink als voorzitter, en raadsheren Buruma en Kooijmans, op 5 oktober 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens medeplegen zonder vergunning van ergotamine tartrate wordt bevestigd.