Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 september 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het vervaardigen van amfetamine op 26 maart 2015 in een woning te Well.
Het hof had vastgesteld dat in de woning een drugslaboratorium was ingericht waar amfetamine werd geproduceerd volgens de Leuckartmethode. Diverse sporen, waaronder DNA en vingerafdrukken van verdachte en medeverdachten, werden aangetroffen op productieapparatuur, handschoenen en notitieblokken. Ook werd verdachte samen met anderen in de nabijheid van het laboratorium en met aan het productieproces gerelateerde materialen aangetroffen.
De verdediging voerde aan dat verdachte slechts zakken caustic soda had neergelegd en ontkende verdere betrokkenheid. Dit verweer werd door het hof verworpen vanwege het sporenbeeld en de samenhang van de feiten. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn bewijswaardering en motivering voldoende heeft onderbouwd en verwerpt het cassatieberoep.
Het arrest bevestigt dat verdachte toereikend betrokken was bij de productie van amfetamine en dat sprake was van medeplegen. De Hoge Raad benadrukt dat de selectie en waardering van bewijs aan de feitenrechter is voorbehouden en dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd dat verdachte medepleger was bij het vervaardigen van amfetamine.