Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 september 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een poging tot zware mishandeling gepleegd op 7 juli 2017 in een penitentiaire inrichting te Alphen aan den Rijn. Verdachte heeft een psychologe met één hand krachtig bij haar keel gepakt en deze greep gedurende langere tijd aangehouden, waarbij meerdere beveiligers nodig waren om het slachtoffer te ontzetten. Het slachtoffer liep zichtbaar letsel op aan haar hals.
Het hof heeft vastgesteld dat de hals een kwetsbaar lichaamsdeel is vanwege de aanwezigheid van luchtwegen en slagaders, en dat verdachte hiervan op de hoogte was. Hoewel het volle opzet op zwaar lichamelijk letsel niet kon worden bewezen, heeft het hof geoordeeld dat verdachte de aanmerkelijke kans op dit gevolg willens en wetens heeft aanvaard, wat neerkomt op voorwaardelijk opzet.
In cassatie stelde verdachte dat het bewijs voor opzet ontoereikend was. De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende en toereikend heeft gemotiveerd waarom sprake is van voorwaardelijk opzet en verwerpt het cassatieberoep. Daarmee blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring van poging tot zware mishandeling met voorwaardelijk opzet.