ECLI:NL:HR:2021:1190
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof inzake navorderingsaanslag en boetebeschikking inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beroep in cassatie ingesteld inzake navorderingsaanslagen, boetebeschikkingen en heffingsrente over de jaren 2009 en 2012. Het geschil betreft aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij behorende sancties opgelegd door de Staatssecretaris van Financiën.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld, maar heeft geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het hof ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard, waarmee het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt bekrachtigd.