ECLI:NL:HR:2021:1145

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 juli 2021
Publicatiedatum
15 juli 2021
Zaaknummer
21/00180
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 31 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen herstelbeschikking zorgmachtiging Wvggz

In deze zaak heeft betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een herstelbeschikking van de rechtbank Amsterdam betreffende een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam en beoordeelt de klachten van betrokkene over de herstelbeschikking. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, en de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de beschikking en dat het niet nodig is om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien dit niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft de herstelbeschikking van de rechtbank Amsterdam in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de herstelbeschikking blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/00180
Datum16 juli 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: C. Reijntjes-Wendenburg,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/13/688667-FA RK 20/5235 van de rechtbank Amsterdam van 2 september 2020 en naar de herstelbeschikking in deze zaak van de rechtbank Amsterdam van 11 januari 2021, met als zaaknummer C/13/692019-FA RK 20/07056.
Betrokkene heeft tegen de herstelbeschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
16 juli 2021.