Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
16 juli 2021.
Hoge Raad
In deze zaak heeft betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een herstelbeschikking van de rechtbank Amsterdam betreffende een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam en beoordeelt de klachten van betrokkene over de herstelbeschikking. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, en de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de beschikking en dat het niet nodig is om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien dit niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft de herstelbeschikking van de rechtbank Amsterdam in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de herstelbeschikking blijft in stand.