Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
26 januari 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake bijstandsfraude door het niet melden van een gezamenlijke huishouding en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie.
De verdachte werd veroordeeld op grond van artikel 227b en artikel 416 van Pro het Wetboek van Strafrecht en artikel 26 lid 1 van Pro de Wet Wapens en Munitie. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de uitleg van het begrip gezamenlijke huishouding, de motivering van de bewezenverklaring en de vraag of er sprake was van opzet of bewustheid bij het voorhanden hebben van het wapen en de munitie.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat de klachten geen vragen bevatten die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was nadere motivering niet vereist.
Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 26 januari 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het hofarrest blijft in stand.